maandag 23 april 2007

Vlaai

Heerlijk, die eerste beklimming, als je bij een temperatuur van 2 graden op de fiets bent gestapt. Een kilometer of wat stevig omhoog en je bent weer warm. De tourversie van de Amstel Gold Race werd een schitterende dag, ondanks de wat frisse start. 250 kilometer door de Limburgse heuvels met het Alpe d'HuZes+1 team. Een prima gelegenheid om eens kennis te maken met een stuk of dertig van de zeventig (st)rijders. De meesten waren er vorig jaar ook bij, dus een kans voor mij om naar hun ervaringen op de berg te vragen. Je komt misschien niet altijd tot de meest uitgebreide gesprekken, want je moet wel een beetje opletten. Voor de profs is de weg afgezet, voor de 10000+ amateurs niet. Een feitje dat een aantal van hen helaas lijkt te ontgaan. Soms leid dat tot begrijpelijke irritatie bij andere weggebruikers. Misschien kan je niet verwachten dat de hele meute zich ten aller tijde over fietspaden van een meter breed wurmt, maar als fietser de hele weg in beslag nemen is niet verstandig. Als het er op aankomt, verlies je het toch echt van die auto.

Voorop zat de gang er aardig in, en vooral bergop ging het erg lekker. Het tempoverschil trok de groep wel uit elkaar, maar bij de ravitaillering werd er steeds gewacht. Naarmate de kilometers vorderden, viel het mij op dat de verwachte dip uitbleef. Ik werd wel eens boos op de heuvels, maar daar ga ik alleen harder van trappen. Ik moest denken aan het antwoord van Pantani, toen hem werd gevraagd naar zijn agressieve klimstijl. "Ik hou van de bergen, maar soms is het genoeg, dan wil ik dat het voorbij is, dus val ik aan." Misschien dronken Marco en Johan wel eens een biertje samen. Waar hij zijn logica ook vandaan haalde, het werkte. Hij overleed in 2004, maar is nog steeds de Koning van onze berg. In de Tour de France van 1997 reed hij, aan het eind van een zware etappe, omhoog in 37 min 35 s. Er is tot vandaag nooit iemand sneller geweest op l'Alpe d'Huez.

Een tikkeltje trager beklom het Alpe d'HuZes+1 team de Cauberg; de laatste van de dag, en werd opgeslokt door de menigte aan de finish. Op de weg terug naar Haarlem daalde een aangename vermoeidheid over me neer, maar toch voelde ik me niet als iemand die meer dan 8 uur de Limburgse heuvels op en af had gefietst. Hoe kwam dat? De trainingsarbeid? Het geleende carbonwonder van Canyon? De schitterende omgeving? Het zal allemaal hebben geholpen, maar ik geloof dat de doorslaggevende faktor op Zaterdag uit de laadruimte van een alom aanwezig bestelbusje kwam. Het betreft een volkomen legale substantie, en staat (vooralsnog) op geen enkele lijst. Wat je moet hebben komt niet uit Spaanse laboratoria, maar uit Limburgse bakkerijen: Rijstevlaai.

Guusje, Leon,
Bedankt!

Geen opmerkingen: