dinsdag 2 oktober 2007

Voorbij?

Het fietsseizoen, ja. Alpe d'HuZes+1 ook, want op 1 September heeft Peter Kapitein wraak genomen op de dubbele longontsteking die hem 7 juni van de fiets hield. In een vlak schema beklom hij 7 keer de Alpe d'Huez, onder begeleiding van een groep haardkoor-kanjers, waaronder zijn vrouw en kinderen. Zo haalt men zijn gram, met kilo's tegelijk.

Voorbij dus het fietsen. Maar het schaatssezoen is net begonnen. En Alpe d'HuZes 2008 ook. Op 8 Oktober overhandigen we een enorm bedrag aan KWF kankerbestrijding. Een feestje waard. Maar die rotziekte is er nog steeds. Dus, na dat feestje begint de voorbereiding. Het aftellen is begonnen. 5 Juni 2008 staan we er weer, onderaan De Berg. Dan ga ik 6 keer omhoog. En dan nog een keer. En dan nog een keer.

donderdag 14 juni 2007

Alpe d'HuZes +1

Als je je realiseert dat het niet mogelijk is om de sfeer van Alpe d’HuZes onder woorden te brengen, is de druk er ook af om het te proberen. Ok, heel misschien is het wel mogelijk, maar daar moet je een echte schrijver voor zijn, denk ik. En ik ben geen schrijver, ik ben een klimmer. Want waar er weinig literairs bij me opkwam om vijf uur ‘s ochtends, ging ik uit de startblokken wel meteen lekker omhoog. Ergens bij bocht 16 (het kan ook 14 zijn geweest, want het was donker), wijst Matijs op de kronkelende slang van lichtjes beneden, die ons de berg op volgt. Allemaal renners met een dag rugbrekend beulwerk voor de boeg, allemaal met hun eigen reden. En al deze lichtjes, al die renners, voor mij weer redenen om te rijden.

Een volgende bocht geeft ons een uitzicht over het dal en het licht van Bourg d’Oisans, waar een rivier van mist doorheen stroomt. Kippevel, maar alles behalve koud. Matijs ‘ik ben geen klimmer’ Jansen heeft er inmiddels een respectabel tandje opgezet en we zijn alleen. Ergens boven de boomgrens wordt het wattage iets terruggedraaid en is er lucht over voor een praatje. De enige en laatste keer die dag, ik zal verder alleen rijden. Dat is klimmen: je eigen tempo zoeken. Sommigen vinden samen een tempo. Ik rijd ze voorbij; zwijgend en hijgend in groepsverband.

Als je klimt, zie je meteen wie stuk zit. Houding, tred, cadans, de Grote Leegte straalt er vanaf. Maar in het passeren zie ik bij iedereen dezelfde blik. Het is een blik van doelbewust lijden. Ik zal hem ook hebben, al weet ik dat aardig te verbergen voor de camera, zie ik later in de stomme grijns op een foto van mijn Vijfde. De zonnebril helpt.

Matijs en ik komen samen boven, en de de ochtendrust van de Alp wordt verpletterd: “Kaaaanjerrrs!”, het zal die dag nog vaak klinken. Na ongeveer 58 minuten rol ik over de streep naar een ontvangst die de best gesoigneerde prof zich alleen kan wensen. De benen worden losgeschud en ik krijg een bidon aangereikt, terwijl de daalkleding wordt aangetrokken. Ik ben niet gewend aan deze verzorging en neem dus de tijd om ervan te genieten, voor ik omdraai en aan een voorzichtige daling begin. De weg is nog nat en we zijn Jurriaan al kwijtgeraakt aan een valpartij. Tijdens een trainingsrit op dinsdag komt hij in de daling hard ten val en de artsen in Grenoble constateren naast een ernstig geschaafd uiterlijk ook een hersenschudding. Coen drukt ons bij elke bijeenkomst op het hart om met reserve te dalen. Gelukkig komt op 7 Juni niemand ten val, ondanks vermoeiheid en de natte weg. Ik heb zowizo geen probleem dit advies op te volgen, want ik daal van nature als een watje. Dus ik sta ruim een kwartier later weer bij camping La Piscine, waar de startstreep is getrokken. Nog zes keer te gaan.

Sander is inmiddels alweer aan het klimmen, hij draait sneller om. Ik kan in eerste instantie de dal-soigneurs niet vinden en zoek wat naar een bidonnetje. De vader van Sander ziet me rondscharrelen en wijst me op de Grote Doos, waar we de vorige avond onze bevoorrading in hebben klaargezet. Nadat ik me heb ontdaan van fietstrui, daaljack, beenstukken, skul cap, helm en handschoenen, klim ik weer op mijn Canyon en meld me aan voor nummer 2.

Die gaat in 258 Watt gemiddeld, net als nummer 3 en 4. Dat is nog eens een vlak schema rijden. Later zie ik dat dit wattage goed is voor een krappe 56 minuten. Harder dan ik, mogelijk een tikkeltje conservatief, had ingeschat. Maar spieren kunnen niet onbeperkt samentrekken en ontspannen. Er zijn grenzen en ze komen bij mij langzamerhand in zicht. Na de vierde klim zijn mijn benen stijf en de hamstrings staan strak; typisch een wielrennersklacht. Ik eet een gelletje. Dat moet ik misschien even uitleggen. Stel je een pot haargel voor, waarin in belachelijke hoeveelheid suiker is gegooid en wat smaakstof die de kleverige troep een bijzonder onnatuurlijke banaansmaak geeft. Aardbei hebben ze ook. Daarvan stoppen ze een handvol in een soort tube die je in een paar flinke halen in je mond leegknijpt. Vies, ja. Eten is dan ook niet het juiste woord. Brandstof, daar gaat het om. Consequent bijtanken, anders kapt de motor er mee. Als je nauwelijks speeksel hebt, je te moe bent om te kauwen en je spijsvertering is stilgelegd omdat je lichaam de zuurstof alleen nog naar je spieren brengt, dan is zo’n gelletje een efficiënte brandstof. En drinken, heel erg veel drinken. Koolhydratenpoeder opgelost in water, ook niet iets waar je op een terrasje van gaat zitten nippen. Ik drink er die dag een liter of 7 á 8 van. En dat is nog niet eens veel, want het is niet warm. Het begint zelfs te regen. Wanneer was dat? De afdaling na nummer 4? Tijdens de vijfde klim? Ik weet het moment niet meer, maar wel de afdaling. Ondanks mijn 4 lagen winddichte kleding klapperen mijn tanden de twaalfeneenhalve kilometer naar beneden. Dat moet na de vijfde zijn geweest, bedenk ik. Op de top is het koud en terwijl ik probeer mijn beenstukken aan te trekken schiet de kramp in mijn rechter hamstring. Ik voel de spier hard worden en strek onmiddelijk mijn been zo hard mogelijk. De kramp zet niet door en Francis helpt me met de beenstukken. Nog twee keer.

Ik krijg last van een hardnekkige vorm van déjà vu. Verdomme, ik was deze bocht toch al voorbij? Ja, al 5 keer, eikel. Gefrustreerd constateer ik dat mijn wattage begint terug te lopen, met name in de tweede helft van de klim. De berg is niet op de hoogte van mijn plan om een vlak schema te rijden en begint heel langzaam mijn benen te slopen. Onzin natuurlijk, dat slopen doe ik helemaal zelf. Ik wordt ook niet boos, zoals sommigen, die de berg gaan vervloeken. Alles wat je helpt boven te komen is geoorloofd, maar ik scheld alleen op wind. De berg is goed. Alleen ik wordt minder. Ruim 58 minuten, de laatste zal wel net boven het uur komen, schat ik. Alles is nat; de berg, mijn kleding en ik, tot op het bot. Sturen is niet leuk meer met armen die trillen en ik ga nog langzamer. Ergens in de daling neemt de temperatuur vrij abrupt toe. Prettig, maar het komt voor mij te laat. Ik heb het Tilff gevoel. 27 Mei, 230 kilometer in de Ardennen en het regent alsof het nooit meer gaat stoppen. Zo intens koud dat ik pas in Frankrijk begin te herstellen. Eenmaal beneden met nog één beklimming te gaan, rij ik naar het huisje op de camping. Uit die natte zooi, afdrogen en mijn allerlaatste setje droge kleding aan. Handen onder de warme kraan, twintig seconden puur genot en ik stap weer op de fiets. Ik zit niet stuk, maar de wilde frisheid van limoenen is er wel een beetje vanaf. In de laatste 7 kilometer houd het op met zachtjes regenen. Mijn voornemen om de laatste keer alles te geven spoelt langzaam weg en ik accepteer het tempo. Ik heb godver hard genoeg gereden vandaag. 2 kilometer en ik haal een oudere deelnemer in. Het tempoverschil is me opeens niet groot genoeg en het egootje begint te jeuken. Ik ga dus staan en zet een een versnelling in. 20, 30 Watt extra, tot aan de wegwerkzaamheden. Dat die in de zomermaanden moeten gebeuren, is te begrijpen, maar in de laatste kilometer moeten afstappen voor een achteruit inparkerende kiepwagen wordt me teveel. Ik laat een knetterend Godverdomme over de berg galmen en wurm me langs de Franse arbeiders, daar gaat mijn uur. Wat dondert het ook, daar de finish, met die fantastische mensen die al de hele dag staan te gillen en te zingen. En zij zijn nog lang niet klaar. En al die Strijders achter me, sommigen net gestart voor hun Vierde. 7 keer Alpe d’Huez, op een kiepwagen na allemaal binnen een uur. En daar de man die zonder een meter te fietsen meer heeft afgezien dan wij allemaal. Peter Kapitein als toeschouwer, zijn lijf liet hem in de steek. De laatste keer onder de boog en ik val in de armen van mijn soigneurs. Sander is er ook al en het enige wat ik uit weet te brengen is ‘Dit is het mooiste wat er is’. Dan kruip ik in de auto om mijn meisje te bellen. Lief, ik ben boven.

zaterdag 2 juni 2007

Het busje

Dat komt niet zo, dat moet je zelf ophalen. Hertz stelt busjes beschikbaar voor Alpe d'Huzes+1, en daar ga ik er vandaag eentje van ophalen. Morgenochtend rijd ik dan richting de bergen, via Amsterdam en Weert, waar Petra en Jolande instappen. Dat zijn vrienden van Peter Kapitein en dus supporters van de de Onderneming.

De afgelopen dagen ben ik wat verkouden geweest, misschien een overblijfsel van het Waals waterballet. Het plan was toch al om zoveel mogelijk te rusten, dus als het bij een rauwe keel en wat snot blijft, is er niks aan de hand. De enige training van deze week was wel de moeite waard; tijdens een stop-over in Barcelona heb ik een mountainbike gehuurd voor een middagje klimplezier. Een bedrijfje dat TerraDiversions heet bracht de fiets naar het hotel en haalde hem de volgende dag ook weer op, perfekt geregeld. Het Transavia crew hotel ligt vlakbij de Monte Tibidabo, dus die heb ik dan ook van alle kanten bekeken. Mooi weer, schitterend uitzicht en heerlijk klimmen.

Eenmaal in Bourg d'Oisans ga ik één keer de Alpe d'Huez op, zo hard mogelijk. Niet alleen om te zien hoe hard ik dat kan, maar ook om een bovengrens af te bakenen. Als ik weet hoe snel, of nog beter; met hoeveel vermogen ik maximaal de berg op kan, heb ik een getal dat mijn richtlijn wordt op 7 Juni. Als ik ruwweg onder de 85 tot 90% van dat maximum blijf, moet ik een aardig tempo hebben voor 7 keer. Dat is het plan. Volgende keer schrijf ik de werkelijkheid. 'k Heb Goesting.

maandag 28 mei 2007

Natklimmen

Als het 7 Juni regent, weet ik in ieder geval hoe het moet. Op Hemelvaartsdag 6 uur de lussen afgewerkt die Laura Verhoeven & partner hadden uitgezet rond La Roche en Ardenne. De voorbereiding van dit koppel was bijna perfekt; alleen het weer was over het hoofd gezien. We hebben daar tijdens het rijden uiteraard vaak en luidkeels over geklaagd bij Laura. Toch zat ik breed glimlachend op de fiets. Natklimmen, droogklimmen, alles beter dan de eindeloze vlakte met haar eindeloze tegenwind. Poldermoe, een term waarin veel Hollandsche Alpe d'Huzessers zich kunnen vinden. Als je in Nijmegen woont ben je al bevoorrecht. Wat fietsen betreft tenminste.

Behalve de heuvels was ik ook blij met de fiets: mijn nieuwe Canyon, uitgerust met powermeter. Zo blij dat, nadat de rest van de groep de nattigheid voor gezien hield, ik nog tweemaal de Col du Haussire aan de hoogtemeters toevoegde. Als beloning werd het droog en kwam zowaar de zon door. De volgende ochtend ook, dus bij een graad of 20 nog een uurtje of drie warmgeklommen.

Een week later weer dezelfde kant op, dit keer voor TBT. Tilff-Bastogne-Tilff, oftewel Luik -Bastenaken-Luik, maar dan zonder Luik, omdat de stad niet geschikt is om ruim 8000 fietsers door te laten. 230km met een boel klimwerk. Het weer zat mee, na 170km werd het al bijna droog. Aangezien er wat tempo verschillen waren in het selecte groepje Alpe D'Huzessers dat aan de natte start verscheen, kwam er vrij snel een splitsing. In de regen is het nogal onprettig om stil te staan. Het klimmen ging weer als in La Roche: zware zaligheid. Echter, bij het keerpunt in Bastogne, na een kilometer of 90, sloeg de koude hard toe. Het verwisselen van een lekke band in de stromende regen hielp niet mee (Ik wist trouwens niet dat punaises strooien een Waalse sport was). Fausto en ik reden op dat moment al een tijdje samen, en we besloten even af te stappen om in een winkelcentrum naast de stempelpost op te warmen. Dat was een een slechte beslissing. De bestelde koffie kwam niet, want het café was niet voorbereid op de hordes dampende en druppelende fietsers. Van stilzitten in je zeiknatte fietskleren word je nooit warm, dus dan blijft er maar één ding over; jezelf warm fietsen. Dat lukte, maar de inspanning kostte me veel. De laatste 3 cols gingen nog steeds in een stevig tempo, maar ik was leeg en moe. Op de Redoute werd ik voor het eerst die dag ingehaald tijdens een klim. Ik haakte aan, maar de goesting om er over heen te gaan ontbrak. Ik nam het op als een les.

Van een goede generale repetitie leer je iets. Op de Alpe kunnen we elke weersoort verwachten. Je lichaam op temperatuur houden is dan cruciaal, want onderkoeling en oververhitting zuigen alle energie uit je lijf. Dus, naar Frankrijk neem ik mee: kilo's kleren en bergen bidons. Wie daar wie inhaalt doet er niet toe. De zevende keer onder de finishboog doorrijden wel.

dinsdag 8 mei 2007

In de Elzes

De discussie over de beste fiets bij slechte omstandigheden kan gesloten worden. Als de modder metershoog komt, kiezen sommigen misschien de full-suspension fiets. Anderen stappen onbevreesd op hun racefiets, mogelijk met spatbord. De veldfiets, zeggen weer anderen. Ik zeg, de huurfiets! Want hoe heftig het hondenweer ook mag zijn, de huurfiets presteert altijd. Hij verslijt niet, is nooit te mooi of te nieuw voor de blubber en wordt ook nooit te vies om te gebruiken. De huurfiets is simpelweg onverwoestbaar. Dat is misschien niet waar, maar wat dondert het? Jij hoeft de zaak niet opnieuw af te stellen, of de onderdelen te vervangen. En het allerbelangrijkste, de huurfiets hoeft nooit te worden schoongemaakt! Niet door jou, althans.

Dit alles maakt de huurfiets de enige echte All Terrain Bike. Vandaar ook dat ik vandaag de kletsnatte kasseien van Metz bereed op dit type tweewieler. Ik had toevallig een paar loze uurtjes daar en gezien de Fransen een van hun vele feestjes vierden, was er verder weinig te beleven. Wel een mooie stad, ook in de regen. Het park, La Moselle, een paar korte, steile klimmetjes en de kinderkopjes in het centrum. Kost je vijf Euro. Heb je krap één glas Gewurtztraminer voor. Of Riesling.

zondag 6 mei 2007

Ulli

Nee, een andere Duitser: Ulrich Schoberer. Die heeft in 1986 een apparaatje uitgevonden dat uitgroeide tot het belangrijkste trainingsgereedschap van renners als Lance Armstrong, Jan Ullrich, Paolo Bettini, Erik Zabel, Mario Cippolini. En nu heb ik er ook één, want wat DHL niet lukte in 4 maanden, deed UPS in 3 dagen: Het bezorgen van een SRM powermeter. Daarvan ga ik niet zo snel fietsen als Lance Armstrong, Jan Ullrich, Paolo Bettini, Erik Zabel of Mario Cippolini. Maar ik kan wel bijna net zo slim gaan trainen. Buiten dat, ik vind het een ontzettend gaaf ding.
Op dit moment wordt in Heerlen mijn nieuwe Canyon frame opgebouwd, en daar komt dan de powermeter op. Kan ik nog mooi een week of 2 á 3 aan de getalletjes wennen voor ik de berg opga. DHL, bedankt!

Voor degenen die nog niet snappen hoe essentieel en onmisbaar een powermeter is voor een gelukkig en succesvol bestaan, onthoudt dit:
The difference between men and boys, is the price of their toys.

P.S. Ondertussen train ik ook nog.

maandag 23 april 2007

Vlaai

Heerlijk, die eerste beklimming, als je bij een temperatuur van 2 graden op de fiets bent gestapt. Een kilometer of wat stevig omhoog en je bent weer warm. De tourversie van de Amstel Gold Race werd een schitterende dag, ondanks de wat frisse start. 250 kilometer door de Limburgse heuvels met het Alpe d'HuZes+1 team. Een prima gelegenheid om eens kennis te maken met een stuk of dertig van de zeventig (st)rijders. De meesten waren er vorig jaar ook bij, dus een kans voor mij om naar hun ervaringen op de berg te vragen. Je komt misschien niet altijd tot de meest uitgebreide gesprekken, want je moet wel een beetje opletten. Voor de profs is de weg afgezet, voor de 10000+ amateurs niet. Een feitje dat een aantal van hen helaas lijkt te ontgaan. Soms leid dat tot begrijpelijke irritatie bij andere weggebruikers. Misschien kan je niet verwachten dat de hele meute zich ten aller tijde over fietspaden van een meter breed wurmt, maar als fietser de hele weg in beslag nemen is niet verstandig. Als het er op aankomt, verlies je het toch echt van die auto.

Voorop zat de gang er aardig in, en vooral bergop ging het erg lekker. Het tempoverschil trok de groep wel uit elkaar, maar bij de ravitaillering werd er steeds gewacht. Naarmate de kilometers vorderden, viel het mij op dat de verwachte dip uitbleef. Ik werd wel eens boos op de heuvels, maar daar ga ik alleen harder van trappen. Ik moest denken aan het antwoord van Pantani, toen hem werd gevraagd naar zijn agressieve klimstijl. "Ik hou van de bergen, maar soms is het genoeg, dan wil ik dat het voorbij is, dus val ik aan." Misschien dronken Marco en Johan wel eens een biertje samen. Waar hij zijn logica ook vandaan haalde, het werkte. Hij overleed in 2004, maar is nog steeds de Koning van onze berg. In de Tour de France van 1997 reed hij, aan het eind van een zware etappe, omhoog in 37 min 35 s. Er is tot vandaag nooit iemand sneller geweest op l'Alpe d'Huez.

Een tikkeltje trager beklom het Alpe d'HuZes+1 team de Cauberg; de laatste van de dag, en werd opgeslokt door de menigte aan de finish. Op de weg terug naar Haarlem daalde een aangename vermoeidheid over me neer, maar toch voelde ik me niet als iemand die meer dan 8 uur de Limburgse heuvels op en af had gefietst. Hoe kwam dat? De trainingsarbeid? Het geleende carbonwonder van Canyon? De schitterende omgeving? Het zal allemaal hebben geholpen, maar ik geloof dat de doorslaggevende faktor op Zaterdag uit de laadruimte van een alom aanwezig bestelbusje kwam. Het betreft een volkomen legale substantie, en staat (vooralsnog) op geen enkele lijst. Wat je moet hebben komt niet uit Spaanse laboratoria, maar uit Limburgse bakkerijen: Rijstevlaai.

Guusje, Leon,
Bedankt!

zondag 15 april 2007

Vanaf het balkon..

..met een pilsje in de hand, de stand-by dienst over, en 520km in de benen. Een lekker fietsweekje. Ik vind dat zelf trouwens best veel, maar alles is relatief. Er schijnen ook mensen te zijn die dat in één dag rijden. Toch; mijn neef heeft een sport auto en rijd daarmee geregeld toertochten. Ik stel één van mijn trainingsroutes voor. Hij kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw aan: "Veel te lang man."

Het bier smaakt goed, net alsof ik het verdiend heb.

Johan

2 tot 8 april... Hoe minder gezegd over die week, des te beter. As je geen fiets heb, ken je ook niet fietsen.

donderdag 5 april 2007

Loosdrecht en de Centen

Best mooi daar. Vorige week besloot ik mijn werkterrein eens wat naar het Oosten te verleggen, voorbij de A2. Je bent even onderweg, vanuit Haarlem, maar dan heb je ook wat. In de zon, ongestoord (lees ongestopt) fietsen om en door de Loosdrechtse Plassen. Even bijtanken bij de fietsenmaker in Loenen a/d Vecht (Nee, ik heb geen Isostar, wel een kraan, achter in de werkplaats) en nog een keer in basiskamp Nieuwkoop. Voor je het weet, ben je terug in Haarlem en heb je er zo'n 200 kilometer opzitten. Dat schiet op.

Sinds December heb ik er zo'n 3700 gereden en daar zitten heel wat natte kilometers bij. Het carbonwonder wacht nog op een nieuw frame en de oude stalen fiets is nu simpelweg op. Het groot onderhoud duurt nog tot komend weekend, dus ik moet mijn plan wat bijstellen voor deze week. De rollenbank is nog wel een optie, dus trainen kan wel, alleen niet zo veel/lang. En dat komt niet eens zo slecht uit, want de sponsoring begint goed te lopen en dat brengt wat werk met zich mee. Afgelopen maandag kreeg ik het nieuws dat mijn werkgever, Transavia.com, mij met een bijzonder mooi bedrag gaat sponsoren. Dan moeten er een aantal dingen geregeld worden, waarbij me opvalt hoe snel en doeltreffend de betrokken collega's dit oppakken en afwerken. Mag ik even een beetje trots zijn op mijn bedrijf?

zondag 18 maart 2007

Calorieën

De laatste 7 trainingen op de weg gereden, en week 10 lekker uitgefietst volgens schema. Een kleine 15 uur totaal, 380km op de weg en nog een paar uur op de trainer. Mijn Polar hartslagmeter komt tot een schatting van 10.000 kilocalorieën in die week. Waarschijnlijk is het echte getal hoger, maar het komt in de buurt. Dat is ook zo'n beetje de hoeveelheid energie die Alpe d'HuZes+1 gaat kosten. Een week in 1 dag. Bij sommige getallen moet je niet te lang stil staan.

De afgelopen week was een herstelweek. Wel trainen, maar minder vaak en vooral lichter. Het idee hierachter is dat je niet onbeperkt de belasting kan blijven opvoeren, maar beter in stappen. Ik doe telkens 3 weken 'op', 1 week 'af', daarna begint een nieuwe fase, waarin het accent van de training wat verschuift. De komende week begint met het opvoeren van de intensiteit, maar ook het volume gaat nog iets omhoog. Het komt dus mooi uit dat ik na volgende week vakantie heb. Aanvankelijk stond een trainingsweek op Tenerife gepland, helaas bleek dat om een aantal redenen iets te ambitieus. Maar ik heb veel zin in de zwaardere trainingen die nu in het schema komen. En als het Hollandsche weer ook een beetje meewerkt...

dinsdag 6 maart 2007

Polderberg

Vorige week moest ik vanwege werktijden wat creatief met de training omgaan. Ik had ook 3 oproepdiensten, en als dan de telefoon gaat, moet je niet ergens in de Polder rijden. Weer op de trainer dus. De duurtrainingen op de fiets zijn nu tussen de 5 en 6 uur, op de trainer kom ik niet verder dan 3 tot 4 uur. Om het stationair zweten wat aangenamer te maken heb ik twee trucs:
Een aantal korte intervallen op hoge intensiteit breekt de monotonie, en ik kijk naar de Tour de France op DVD. Zodoende toch ruim 10 uur getrained.

Deze week begon goed, op maandag stapte ik op de fiets voor een lange duurtraining, bij windkracht 5 á 6. Wind heb je altijd meer tegen dan mee, en ergens diep in de polder begon het zo te razen dat ik moest denken aan een afdaling in de Alpen, maar gezien mijn snelheid en het verzet, ging het hier om een beklimming. Nog geen Alpe d'Huez, maar wel goed omhoog. Een Polderberg.

Voor mensen die het fietsen in het hooggebergte niet kennen, misschien wel een goede vergelijking. Alsof je tegen stormkracht infietst, de soort wind die je van je benen kan blazen. Een uur, anderhalf uur, lang, zonder ergens beschutting. En dat 7 keer achter elkaar.

maandag 26 februari 2007

Rollen

Op de rollenbank zitten is niet de meest stimulerende manier om te trainen, maar mijn TACX trainer laat ook het vermogen zien dat je trapt, en daar ben ik vanavond in geinteresseerd. Het wattage dat een fietser op de pedalen levert is de enige correcte manier om intensiteit te meten. Je snelheid op de weg, bijvoorbeeld, is van teveel variabelen afhankelijk (Wind, temperatuur, kleding, houding op de fiets, etc.). En ook hartslag, hoewel een belangrijk gegeven, zegt niet wat het lichaam precies presteert. Een powermeter voor de fiets is besteld, maar blijkt spoorloos verdwenen op weg van Duitsland naar Haarlem. Voorlopig alleen de rollenbank dus. De intervallen maken de training interessanter en de anderhalf uur vliegt voorbij.

Are you riding or hiding?

21 Februari
Het is 9 graden en het regent niet alsof het nog gaat stoppen. Vandaag staat een duurtraining op het plan. Tegen koud weer kan je je kleden, van regen verlies je het altijd. Wat je ook aan hebt, uiteindelijk wordt je nat. Ik zit binnen met een kop koffie en denk aan het schoonmaken van mijn fiets, vanavond. Blij dat ik geen mountainbiker ben, dan moet je elke dag je fiets wassen. Neil Young zingt Ohio terwijl ik me in mijn fietskloffie hijs. Plaatje klaar, Axel klaar, rijden.

Na 2,5 uur regent het nog steeds, alleen veel harder. Het fietspad begint op een sloot te lijken en de regen gaat pijn doen. Dat komt omdat het hagel is. Als dit doorgaat krijg ik het toch een keer te koud, maar de bui is leeg, de regen geeft het op en de rest van de rit blijft het droog en zonnig.
Vijf uur en drie kwartier op de fiets, 164km. De langste rit tot nu toe.

22 Februari
De vierde opeenvolgende training deze week, ik heb niet veel goesting als ik 's avonds op de fiets stap, maar dat gevoel ken ik. Na een minuut of 20 begin ik aan de kracht intervallen, en zodra de inspanning groter wordt, verdwijnt de loomheid. Grootste verzet (52x13) tegen de wind in en dan flink duwen. Het is vroeg in het seizoen, dus de intensteit is nog niet erg hoog. Genoeg om lekker warm te worden. 3 keer een minut of 7-8 aanzetten, uitrijden en de korte training zit er op.

Morgen is een lange werkdag, die staat dan ook op het schema met de R van Rust.

25 Februari
Gisteren stond een korte training op de rollenbank op het plan. Ik pak de "winterfiets" en stoot daarmee tegen het wiel van mijn carbonwonder. Dat valt met de bovenbuis precies op de metalen stelschroef van de rollenbank. Carbon is heel mooi spul: licht, sterk en in elke vorm te bouwen. Maar het kan niet goed tegen puntbelasting. Dus nu zit er een gat in mijn fiets, en ik ben een paar uur zoet met uitzoeken of, en hoe, dit gerepareerd kan worden. Het ziet er niet goed uit, maar de WeightWeenies helpen met kennis en advies.

Maar ik heb twee fietsen en stap vandaag op het onverwoestbare stalen winterkader en rijd een lekkere tempo training van 2,5 uur. In de regen, maar zonder onweer. Ik geniet met volle teugen van de tocht door de natte, mistige polder.

Startnummer 64

Ik doe dus mee. Op 7 Juni 2007 met 70 fietsers 7 keer de Alpe d'Huez beklimmen. Een berg geld van de buitencategorie bij elkaar fietsen voor de kankerbestrijding. Ik heb er nu al zin in. Goed, er moet voor die tijd nog wel wat gebeuren. Twee dingen maar, eigenlijk: Sponsors vinden, en fietsen. Gelukkig kan ik al fietsen.

Na de eerste paar gesprekken met vrienden en familie heb ik het vertrouwen dat het met de sponsoring ook goed gaat komen. Niet alleen geld, maar ook hulp wordt aangeboden om het verhaal te verspreiden.

Ik was natuurlijk al aan het trainen voor de Marmotte. Op zaterdag 7 Juli 2007 moet het sneller dan in 2006. Onder de 7 uur en bij de eerste 100 finishen. Als je het beste uit jezelf wilt halen, moet je doelen stellen. Dat werkt alleen als je een doel kiest dat je grenzen verlegt.

De Marmotte zo hard mogelijk rijden is een leuk persoonlijk doel, maar ik las de woorden van Paul Bierman, deelnemer 42. "Eerdere trofeeën dienen slechts om ooit mijn kleinkinderen mee te vervelen. Nu blijkt mijn geploeter op de Alpe nog een hoger doel te kunnen dienen." Ik heb zelf nog niet eens kinderen om te vervelen, dus de conclusie is simpel. 7 keer de Alpe op.

Ik heb wel vaker op een berg gezeten, ook op de Alpe. Maar hoe zal het voelen om er te rijden met zo'n leger achter me, en in zo'n fantastisch peloton?

Hoe groter het leger, hoe beter. Daar werken we aan.